Rond hun tweede levensjaar beginnen de meeste kinderen, de een wat sneller dan de ander, met zindelijkheidstraining. Kinderen laten zelf merken wanneer ze er aan toe zijn. Bijvoorbeeld:
Er is een groot verschil tussen de situatie thuis en op de crèche. Op de crèche zien de kleintjes dat grote kinderen al naar de wc gaan en vinden dat vaak interessant. Als we merken dat ze er interesse in hebben, door bijvoorbeeld hun neus tegen het glas van de badkamer te drukken wanneer een grote peuter op de wc zit, nemen we ze eens mee naar binnen om te laten zien hoe dat in z'n werk gaat.
Kinderen mogen zelf eens op het potje zitten (bijvoorbeeld bij het verschonen, wanneer de vieze luier uit is en voordat de schone aan gaat), of al eens op de echte wc proberen. Tot zover het beleid wat betreft het stimuleren en prikkelen van de interesse voor zindelijkheid. Het moment waarop de luier echt af kan is een ander verhaal.
Omdat de situatie op de crèche heel anders is dan thuis, is het belangrijk dat het eerst thuis helemaal goed gaat, voordat ook op de crèche de luier af kan. Op de crèche heeft het kind veel meer afleiding dan thuis en vergeet daardoor vaak dat ie moet plassen of poepen.
Natuurlijk zorgt de leidster ervoor dat ze het kind helpt herinneren door hem op vaste momenten mee te vragen naar de wc en door goed op te letten of het kind signalen afgeeft dat hij of zij moet plassen of poepen. Wiebelen kan bijvoorbeeld zo'n signaal zijn. De leidster kan het kind dan vragen of hij naar de wc moet en met het kind meegaan, maar zij kan het kind niet dwingen.
Als naar de wc gaan iets wordt, dat tegen de zin van het kind in moet gebeuren, dan wordt het een onaangename gebeurtenis voor het kind. Dat wil je perse voorkomen, want daarmee raak je alleen maar verder verwijderd van een gezond zindelijk worden traject. Bovendien kan een kind er erg onzeker van worden als ongelukjes te vaak gebeuren.
Daarom is het zeer raadzaam zeker niet te vroeg te beginnen met zindelijkheidstraining en het daadwerkelijk uitlaten van de luier. Nemen de ongelukjes thuis af in frequentie en is er sprake van dat het kind hele dagen droog blijft kan ook op de crèche het kind zonder luier komen. Wanneer de luier ook tijdens het middagslaapje weggelaten kan worden gaat in overleg met de ouders.
Als het zindelijk worden thuis prima gaat, maar het kind heeft op de crèche nog regelmatig een ongelukje, is het raadzaam het zindelijk worden niet koste wat het kost door te zetten op de crèche. Natuurlijk plast elk kind dat net zindelijk wordt in het begin nog wel eens in zijn broek, maar gaat het meerdere malen per dag mis dan zou het kind zou door de ongelukjes onzeker kunnen worden, of misschien wel het gevoel hebben uitgelachen te worden door grotere kinderen.
Een leidster mag overigens nooit laten merken dat ze het vervelend vind dat een kind in zijn broek plast. Zij geeft aan dat het kan gebeuren en dat we gewoon even schone kleren gaan pakken. Echter als het erg vaak gebeurd is het voor de leidster wel degelijk een extra belasting. Zij moet haar aandacht verdelen over 14 kinderen en een kind tot op het ondergoed verschonen kost toch een hoop tijd, waarbij de andere leidster intussen voor de andere 13 moet zorgen.
Belangrijk is dus dat het thuis helemaal goed gaat, voordat ook op de crèche de luier uit blijft. Het kan zo zijn dat een kind wat thuis al goed naar de wc gaat, naar de crèche geen luier meer om wil. Daarvoor is het luierbroekje een goed alternatief. Gebruik de luierbroekjes dus nog niet te vroeg, bij wijze van gewone luier, maar bewaar hem als troef voor de overgangsperiode en verkoop het als een gewone onderbroek. Onderbroeken zijn stoer en voor grote kinderen, kinderen zullen dit daarom minder beschouwen als een stap terug, ze hebben gewoon een speciale onderbroek voor crèche.
Als het rond de kind drie en een half jaar oud is, maar nog niet zelf heeft aangegeven interesse te hebben voor het plassen of poepen op de wc, dan zullen wij dat (in overleg met de ouders) voorzichtig in hem of haar proberen wakker te schudden. Door hun erop te attenderen dat andere kinderen, die ook al heel groot zijn, net als hij/zij al naar de wc gaan.
Overigens zonder het kind daarbij het gevoel te geven dat hij of zij afgewezen wordt omdat het nog niet zindelijk is. We moedigen ze aan als ze er wel naar vragen, er iets over zeggen of een keer willen proberen. We lezen boekjes met ze over 'naar de wc gaan' en we hebben een sticker-beloningssysteem. Elke keer als het kind op de wc plast, krijgt hij of zij een sticker op zijn stickervel, dit stimuleert kinderen om het in ieder geval te proberen.
Bij het proces van zindelijk worden hoort ook het zich bewust zijn van hygiëne, zo leren we dat doortrekken en handen wassen, met zeep, er altijd bij hoort!