Het stimuleren van zelfstandigheid vinden wij heel erg belangrijk. We laten ze, wanneer ze daar aan toe zijn, zelf hun boterham smeren, zelf hun tanden poetsen, zichzelf aan en uit kleden.
Daarbij is echter wel heel erg belangrijk dat je bij ieder kind individueel kijkt waar het aan toe is. Het is waar dat je kinderen niet moet onderschatten of ze uit gemakzucht dingen uit handen moet nemen (het gaat nou eenmaal sneller als jij het even voor ze doet). Maar het is aan de andere kant ook heel belangrijk dat je ze niet overschat.
Als je kinderen namelijk teveel dingen laat doen waar ze eigenlijk nog niet aan toe zijn, kan dat tot gevolg hebben dat ze onzeker worden. Het is dus kwestie zoveel mogelijk de gulden middenweg te zoeken.
Op het moment dat wij denken dat een kind er aan toe is zullen we het prikkelen om bepaalde dingen zelfstandig te doen. Bijvoorbeeld; zelf je jas aantrekken (ondersteboven op de grond leggen, armen er in en dan over je hoofd). Als het lukt dan juichen we ze toe en zijn ze erg trots op zichzelf, lukt het nog even niet dan zullen we ze helpen en laten zien hoe ze het misschien een volgende keer zelf kunnen doen.
Van zelfstandigheid krijgen kinderen zelfvertrouwen. En dat zelfvertrouwen is de basis van waaruit ze op ontdekkingstocht durven gaan en zich op hun eigen manier en op hun eigen tempo kunnen ontwikkelen.