Veiligheid staat bij ons voorop. Als je wilt dat een kind zich maximaal kan ontplooien, zowel individueel als in sociaal oogpunt, moet een kind helemaal zichzelf kunnen zijn. En daar is een warme en veilige basis voor nodig.
Veilig in de meest concrete vorm; dat het pand, qua veiligheid en hygiëne aan alle eisen voldoet. Om hier zeker van te zijn hebben wij een risico-inventarisatie en evaluatie gemaakt, kort gezegd RI&E. De RIV, voor de veiligheid en de RIG voor de gezondheid en hygiene. De GGD controleert één keer per jaar of deze RI&E correct wordt uitgevoerd en of er ook naar geleefd wordt.
Veilig in de zin van de indeling van de ruimte; we hebben daarom zoveel mogelijk hoekjes gecreëerd. Zo willen we ervoor zorgen dat het niet een grote kale ruimte wordt. Kinderen vinden het fijn om kleine hoekjes voor zichzelf te hebben waar ze zich terug kunnen trekken. We hebben een hoek met kussens en een fatboy om lekker uit te rusten en boekjes te lezen, een keukentje of een winkeltje en een poppenhoek om vadertje en moedertje te spelen.
Ook kan het voorkomen dat de kinderen de groep even verlaten om bijvoorbeeld buiten te spelen of om op de gang met de houten trein te spelen. Ook de crea-juf neemt een groepje kinderen soms mee voor een activiteit op de gang, omdat het daar wat rustiger is. Maar zowel de gang als ook de buitenspeelplaats zijn veilige en overzichtelijke ruimtes.
Veiligheid creëeren wij ook door een zo constant mogelijke groepssamenstelling en niet te veel verschillende leidsters. Vandaar ook dat wij het belangrijk vinden dat kinderen twee dagen of meer komen. Als kinderen minder komen moeten ze eigenlijk elke week opnieuw wennen en ontstaat er geen vertrouwensrelatie tussen de leidster en het kind en ook niet tussen de kinderen onderling.
En die vertrouwensrelatie is de laatste en belangrijkste vorm van veiligheid. Een kind moet een fundamenteel vertrouwen hebben in de leidster en in zichzelf. Dat vertrouwen creëer je door een goede lichamelijke verzorging, maar ook door het kind volledig te accepteren zoals het is; we zien ze voor vol aan; we stellen ons zo inlevend mogelijk op en beantwoorden zoveel mogelijk aan de vragen van kinderen, hierdoor voelen kinderen zich serieus genomen.
Verder zorgen we voor een zo duidelijk mogelijke communicatie naar de kinderen toe; we leggen veel aan ze uit. We beginnen daar al mee als ze baby zijn. Bijvoorbeeld door als je ze aan het verschonen bent, precies te vertellen wat je aan het doen bent. Aan peuters kun je uitleggen waarom iets wel of niet mag of kan.
Tot slot hechten wij veel belang aan positieve aandacht en waardering. We laten bijvoorbeeld merken dat we trots op ze zijn als ze iets moois hebben gemaakt, als ze zelf iets hebben gedaan, zoals zelf hun broodje hebben gesmeerd of hun jas hebben aangetrokken.
Maar ook laten we het weten als ze bijvoorbeeld heel goed hebben opgeruimd, heel lief zijn voor een ander kindje of een ruzie zelf hebben bijgelegd. Zeker voor kinderen die wat meer moeite hebben met luisteren of wat vaker dan andere kinderen stout zijn, helpt het goed om ze positieve aandacht te geven wanneer ze wel lief zijn. Ze merken dan dat positieve aandacht krijgen minstens zo leuk is als negatieve aandacht die ze krijgen wanneer ze iets doen wat niet mag.
Wat we ook heel erg belangrijk vinden is dat ieder kind zoveel mogelijk persoonlijke aandacht krijgt en niet alleen als groep aangesproken wordt. Dus niet: “Wat hebben jullie allemaal goed opgeruimd”, maar: “Wat heb jij goed opgeruimd, Robbie!” En ook zo nu en dan een kind apart op schoot nemen of even kletsen over het weekend.
Persoonlijke aandacht is heel belangrijk in een grote groep. Hierdoor krijgt het kind het vertrouwen in zichzelf en het vertrouwen dat de volwassene er echt voor hem of haar is (daarin vind het kind geborgenheid). En vanuit die veilige basis kan een kind (durft een kind) op onderzoek uit te gaan.