De visie die het meest aansluit bij onze ideeën is die van Janusz Korczak. Zo is een van zijn uitgangspunten dat je kinderen als volwaardige mensen moet zien, die met respect behandeld moeten worden.
De verhouding met volwassenen is dus gelijkwaardig, wel hebben zij iemand nodig die hen leidt, vragen beantwoordt en beschermt tegen de gevaren die zij nog niet kennen.
Je laat kinderen dus in hun waarde en dat betekent dat je geen te hoge verwachtingen hebt van een kind, het kind zou onzeker worden als het niet aan deze verwachtingen kan voldoen. Ieder kind heeft recht op zijn of haar eigen tempo.

Janusz Korczak
Kinderen moeten de kans krijgen keuzes te maken. Daarom is het belangrijk om kinderen te betrekken bij de dagindeling, de inrichting van de ruimte en het bijvoorbeeld bij het aanschaffen van nieuw speelgoed.
Ook Thomas Gordon vindt dat je kinderen met respect moet benaderen. Zijn methode is er vooral op gericht om de communicatie te verbeteren. De communicatie tussen leidsters en kinderen, maar ook tussen kinderen onderling. Zo is hij er een voorstander van kinderen zelf hun conflicten te laten oplossen.
Een ander aspect van de opvattingen van Gordon is het ‘actief luisteren’. Je neemt goed waar wat er gebeurt, je verwoordt het probleem zonder daar een oordeel aan vast te plakken. Een voorbeeld daarvan is: “je bent verdrietig hè, dat mama weg gaat?” Zo laat je merken dat je het kind begrijpt en voelt het kind zich geaccepteerd.
Soms besef je je als leidster dat een probleem bij jezelf ligt en niet bij het kind. Bijvoorbeeld omdat je moe of gespannen bent (een leidster is ook maar een mens). Hiervoor heeft Gordon de ‘Ik-boodschap’ bedacht. Een voorbeeld: een paar kinderen willen dat je een verhaaltje voorleest, maar jij hebt hoofdpijn.
In plaats van: “Nee, nu niet” ,zeg je: ”Ik heb pijn in mijn hoofd en daarom wil ik nu even niet voorlezen.” Op die manier leg je duidelijk aan de kinderen uit waarom iets nu niet kan of mag en kunnen ze dat accepteren.

Thomas Gordon
Wij streven ernaar volgens de onderstaande visies te werken. De beroepskrachten worden hierin begeleid en ondersteunt door de pedagogisch leidinggevende. Zij organiseert onder andere workshops op studiedagen en houdt pedagogische vergaderingen waaraan steeds aan andere opvoedingsthema’s aandacht wordt besteed.
Loris Malaguzzi is de grondlegger achter de ideeën van Reggio Emilia.
Een van de belangrijkste kenmerken Van Reggio Emilia is dat elke dag anders is. Het dagprogramma staat vast, dus we eten, drinken en slapen (alleen de peuters, de baby’s slapen allen op hun eigen tijd) met z’n allen.
Maar daar tussenin zijn er geen vaste activiteiten. Dus niet: “Het is tien uur, we moeten plakken”, maar: “Ik merk dat er een paar kinderen zin hebben om iets te maken, laat ik ze een creatieve activiteit aanbieden.” Kinderen die daar geen zin in hebben, maar bijvoorbeeld naar buiten willen, gaan lekker naar buiten.
Geen dag is hierdoor hetzelfde. Kinderen zijn immers ook geen dag hetzelfde. Je stimuleert ze wel, maar laat ze zelf aangeven wanneer ze waar behoefte aan hebben.
Verder speelt de ruimte en de inrichting daarvan een grote rol. Malaguzzi is van mening dat kinderen het beste functioneren in een kleine ruimtes met ieder een duidelijke functie. Ook moet er veel afwisseling zijn, omdat kinderen veel verschillende behoeftes hebben.
Die afwisseling creëren wij door verschillende hoekjes te maken; een poppenhoek een keukentje, een puzzeltafel, eethoek, rusthoek etc.
Ook vind Malaguzzi de centrale hal belangrijk, waar alle kinderen en leidsters van alle groepen elkaar kunnen ontmoeten. Waar Reggio Emilia zich verreweg het meeste in onderscheidt is de opvatting over de 100 talen van kinderen.

Reggio emillia
Kinderen kunnen zich vaak nog niet uitdrukken in woorden, maar spreken veel talen die volwassenen weer verleerd zijn. De taak van de volwassene is om deze taal weer te leren begrijpen. Kinderen ‘verwoorden’ hun eigen taal voornamelijk in creatieve bezigheden, die wij dus ruimschoots aanbieden.