Het sociale aspect is een belangrijke functie van een kinderdagverblijf. In de belevingswereld van een kind, vooral in die van een peuter, draait de hele wereld alleen om hem of haar zelf. Dat is een heel natuurlijk gegeven.
Als kleine baby zijn ze nog helemaal afhankelijk van anderen, ze worden gevoerd, verschoond en vertroeteld. Maar hoe meer ze zelf kunnen, dus hoe minder afhankelijk ze worden van anderen, des te meer groeit het besef dat ze zelf iemand zijn; het zogenaamde “ikbesef”.
Op een kinderdagverblijf leren kinderen, nog meer dan thuis, dat ze ook rekening moeten houden met anderen. Ze moeten zich de normen en waarden van onze maatschappij eigen maken. Kinderen moeten leren respect te hebben voor elkaar en elkaars spullen, voor planten en dieren.
In het dagelijks leven op een groep zijn veel situaties om van te leren. Ze leren bijvoorbeeld dat we allemaal aan tafel blijven zitten tot iedereen klaar is met eten, dat we stil zijn als iemand aan tafel iets verteld, dat je niet door elkaar heen praat. Maar ook tijdens het spelen.
Zo doen we allerlei spelletjes met ze. We doen bijvoorbeeld simpele balspelletjes waardoor ze leren over te rollen naar elkaar (niet de bal voor je zelf willen houden), maar ook maken we muziek met ze, waarbij ze omstebeurt een ‘solo’ krijgen. Zo leren ze om naar elkaar te luisteren.
Ook in conflicten met andere kinderen kunnen ze veel leren. We vinden het belangrijk dat we ze begeleiden om zo veel mogelijk zelf het conflict op te lossen. Een “omstebeurt-regeling” of een andere compromis; “als jij deze neemt mag ik dan die…” En we leren ze dat je na afloop van een ruzie sorry zegt tegen elkaar. Je treedt als leidster als het ware alleen op als scheidsrechter.
Verder heeft de leidster een belangrijke voorbeeldfunctie. Het is belangrijk dat de leidster, de regels en afspraken die gelden op de groep zelf naleeft en uitdraagt naar de kinderen. Dat ze helder en duidelijk de grenzen aangeeft. Door de manier waarop zij reageert op kinderen leren kinderen wat mag en niet mag. Wat toelaatbaar gedrag is en wat niet.
Maar ook hoe je een ander kan troosten of helpen. Als een kind bijvoorbeeld ziet hoe een leidster een huilend kind op schoot neemt en aait of een kus geeft op een zere plek, zal een kind dat imiteren wanneer hij zelf een verdrietige vriend heeft.
De reacties van de leidsters geven richting aan het gedrag van kinderen, maar door hun natuurlijke imitatiedrang zullen kinderen dit gedrag ook nadoen en leren zo ook hoe ze zelf met andere kinderen en volwassenen om moeten gaan.