Wij vinden het belangrijk dat kinderen en daarmee ook hun emoties, hun angsten en kleine verdrietjes, serieus worden genomen. Wij willen dat een kind zich begrepen voelt. Als een kind bijvoorbeeld heel verdrietig is bij het afscheid nemen, neem je hem of haar op schoot en zeg je: “Je vindt het naar hè, dat mama weggaat en daarom moet je nu zo huilen?”. Op die manier voelt een kind zich begrepen door de leidster.
Een andere emotie is boosheid. Als twee kinderen ruzie hebben vinden we het belangrijk dat je het als leidster niet oplost voor de kinderen, maar ze stimuleert om het zelf op te lossen. Je kunt aan ze vragen of ze aan elkaar willen uitleggen waarom ze boos zijn.
Is de boosheid gericht naar de leidster, bijvoorbeeld omdat iets moet of niet mag, dan legt de leidster heel duidelijk uit waarom dat is. Bijvoorbeeld: “Ik heb net al het speelgoed opgeruimd, omdat we gaan slapen, ik vind het niet goed dat jij nu al het speelgoed weer uit de kast haalt.” In plaats van bijvoorbeeld: “He, je haalt de hele boel weer overhoop!” Zo kan het kind veel beter accepteren dat iets niet mag.
Als de boosheid gepaard gaat met een driftbui, dan laten we de driftbui de driftbui zijn zolang het andere kinderen niet schaadt. Is het voor de rust op de groep beter als het kind ergens anders uitraast, dan neemt een van de leidsters het kind mee naar een rustig plekje, bijvoorbeeld naar de hal of het kantoor en probeert het kind daar te kalmeren.
Soms hebben kinderen de neiging om als ze boos zijn om zich heen te slaan of te schoppen. We leggen ze dan uit dat ze best heel boos mogen zijn, maar dat dat echt niet kan, omdat ze dan anderen pijn kunnen doen, we kunnen ze bijvoorbeeld wel aanbieden om lekker tegen een kussen te slaan, om zich op die manier toch te kunnen uiten.
We hebben het nu gehad over de emoties van kinderen, maar we vinden het ook heel belangrijk dat de leidster ook haar emoties toont. Nu hoeft een leidster niet haar hele liefdesverdriet voor te leggen aan een tweejarige peuter, maar je kunt ze best het een en ander uitleggen. Bijvoorbeeld: “Ik heb heel erg veel hoofdpijn vandaag en daarom wil ik even niet voorlezen, vind je het goed als we het een ander keertje doen?” Op deze manier vraag je het kind om begrip, door precies uit te leggen hoe je je voelt.