Wij zijn ervan overtuigd dat kinderen een natuurlijke drang hebben om dingen te onderzoeken en daarvan te leren. Dat wil niet zeggen dat we niet zullen proberen ze daar een handje bij te helpen.
Tegenwoordig bestaat er ontzettend veel speelgoed dat kinderen moet stimuleren om zich te ontwikkelen en hun zintuigen te prikkelen. Wij doen bijvoorbeeld voelspelletjes; zonder te kijken met je hand in een zakje graaien en dan de kubus, bal, piramide of de cilinder eruit halen. Een ander voelspelletje is de tastkast. Een houten kist met twee gaten aan de voorkant, waar kinderen hun handjes doorheen kunnen steken, erachter kun je steeds een ander speeltje leggen, zij moeten dan voelen wat het is.
Ook hebben wij het geluidenspel. We hebben veertig kaarten met foto’s erop van bijvoorbeeld een wasmachine, een baby die met water speelt, een telefoon een stofzuiger etc. Er staat een cd op waarop alle geluiden voorbij komen. De kinderen moeten dan de juiste foto bij het geluid vinden.
Met het voorlezen van boeken stimuleer je de taalontwikkeling en bijvoorbeeld door een bal komen kinderen in beweging. Ze rennen er achter aan of leren hoe ze hem moeten gooien, vangen of ertegen aan schoppen. Door te puzzelen leren ze goed naar vormen en kleuren te kijken en zo wordt ook de fijne motoriek gestimuleerd wanneer ze proberen de stukjes in elkaar te leggen.
Een ander aspect van lichamelijke ontwikkeling is de lichamelijke verzorging en het zindelijk worden. De kinderen worden na het fruit en voor en na het slapen gecontroleerd en zo nodig verschoond, of natuurlijk als ze daartussendoor gepoept hebben of zelf aangeven dat ze verschoond willen worden.
Meestal wordt de interesse naar zindelijkheid gewekt als kinderen naar de peutergroep gaan. Ze zien dan dat de grote kinderen al zelf naar de wc gaan en door het natuurlijke imitatiegedrag van kinderen willen de meeste dat dan zelf ook. Als we merken dat kinderen er interesse in tonen, nemen we ze bijvoorbeeld mee als we met een van de grotere kinderen naar de wc gaan. Gewoon om eens te kijken hoe dat gaat.
Ook kunnen we kinderen op gezette tijden even op het potje of op de wc zetten om aan het idee te wennen. Als kinderen na hun derde nog geen zin hebben om zindelijk te worden, het wel lekker makkelijk vinden, zo’n luier. Dan zullen we ze proberen te stimuleren. Bijvoorbeeld door middel van luierbroekjes, die ze vaak erg interessant vinden omdat ze die zelf aan en uit kunnen doen.
En ook door ze erg toe te juichen wanneer ze wel een poging doen. Maar we zullen ze absoluut niet pushen. Door het kind af te wijzen omdat het niet snel genoeg zindelijk zou zijn, kan het heel onzeker worden. Het ene kind is nu eenmaal wat later dan het andere. Het kind zal van naturen zijn of haar lichaam gaan ontdekken en daar hoort zindelijk worden bij.
Bij alle vormen van het stimuleren van cognitieve en lichamelijke vaardigheden is het allerbelangrijkste dat je naar het kind kijkt als individu. Per kind bekijken we waar het aan toe is, wat aansluit bij zijn of haar leeftijd en wat ze zelf aangeven te willen doen. We proberen een evenwicht te vinden tussen veiligheid en uitdaging.
Je probeert ze niet te overschatten, als een kind altijd te moeilijke dingen doet, kan hij of zij daar onzeker van worden, maar wel stimuleer je ze om mee te doen met activiteiten en dingen te proberen die ze nog niet eerder hebben gedaan. Iets hoeft niet meteen te lukken. We oefenen samen en helpen het kind zijn eigen mogelijkheden te verkennen.